Hendrixen?

“Hendrixen? met K – S?”
“Nee alleen met een X”
“Met K X?”
Zucht “Nee ALLEEN met een X”
“Van de rijke tak zeker… kun je dat spellen alstublieft?”
“Ja hoor… H E N D R I X E N met IE-IX-EE-EN”
“Met X-S-EE-EN?”

Erg vermoeiend vond ik dit soort telefoongesprekjes vroeger… Zo raar was die achternaam toch niet? Gelukkig heeft het Meertens Instituut tegenwoordig een webstek. “Het Meertens Instituut is een onderzoeksinstituut dat zich bezighoudt met de bestudering en documentatie van Nederlandse taal en cultuur. Centraal staan de verschijnselen die het alledaagse leven in onze samenleving vormgeven. Het Meertens Instituut is onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen”, zegt hun stoffige website. Maar stoffig of niet, de site biedt een geweldige tool. De zogenaamde Nederlandse Familienamenbank. Deze database geeft informatie over de familienamen in Nederland. Er zijn ongeveer 320.000 namen opgenomen: de 300.000 namen van de 16 miljoen Nederlanders van nu aangevuld met namen die niet meer voorkomen. Hendrixen is 1 van die 300.000 namen. En dat veel mensen Hendrixen verkeerd spellen is toch niet zo heel erg raar als je ziet dat er maar 42 Hendrixens zijn in Nederland!! Dit cijfer stamt uit 2007, dus het zullen er zullen er een paar bijgekomen zijn (iig mijn vrouw Harmke en 2 kinderen), maar er zullen er ongetwijfeld ook een paar verdwenen zijn zoals mijn overleden opa Gert en oma Marie. Mijn getrouwde zus Joyce is tegenwoordig een Wynia (waar er 738, ik bedoel 739 van zijn). Het zijn 150% meer Hendrixens dan in 1947. In 60 jaar hebben de Hendrixen voorvaderen de stam dus aardig ‘opgekrikt’… Ik ben benieuwd waar de teller staat over 60 jaar, maar aangezien mijn neven en ik tot nu toe alleen maar meisjes krijgen, vrees ik met grote vrezen voor het uitsterven van onze unieke achternaam. (update: in de zomer van ’13 heeft mijn neef een zoontje gekregen en wij hebben in de winter van ’14 een zoontje gekregen: hoera we zijn gered!)

Nb. Grappig, toevallig of juist niet is dat ik die rare letter X veel tegen ben gekomen in m’n leven. O.a. in Dinxperlo (het dorp waar ik ben opgegroeid), GX (mijn 2e werkgever), Charing X (een bandje waar ik 10 jaar in heb gespeeld) en Vertigo SiX (mijn eigen marketing & PR bureau).

Hieronder de feiten en cijfers over de naam Hendrixen volgens het Meertens instituut.

2007
Hendrixen – aantal: 42

1947
Hendrixen – aantal: 16

Analyse & herkomst Hendrixen

Patroniem

Veel familienamen zijn ontstaan uit patroniemen, ook wel vadersnamen genoemd: namen die verwijzen naar de voornaam van iemands vader en zo de familierelatie kenbaar maken. Als vaders voornaam Hendrik is, dan is Hendrikszoon het patroniem van zijn zoon en Hendriksdochter het patroniem van zijn dochter.
Het achtervoegsel -zoon of -dochter werd afgekort of verbasterd: Hendriksz., Hendriksen, Hendriksdr. Of het werd weggelaten, al dan niet met behoud van de tussen -s: Hendrik(s).
Van de vroege middeleeuwen tot de invoering van de burgerlijke stand in de 19de eeuw werd het patroniem bij persoonsregistratie gebruikt.
Het patroniem kon destijds de enige achternaam zijn, en van generatie op generatie veranderen, maar het patroniem kon ook door een familienaam worden gevolgd: Jan Hendriksz. Bakker of Anna Pouwelsdr. van Amerongen.
Het kwam ook voor dat een kleinkind het patroniem van zijn vader overnam: Pieter Jansz. Hendriks. De familierelatie werd zo binnen een naam tot drie generaties uitgebreid: zoon, vader, grootvader. Het patroniem Hendriks staat op de nominatie een familienaam te worden. Daarvan is sprake als ook volgende generaties deze naam in gebruik nemen.

Opvallend is het aantal voornaamvarianten dat nog in hedendaagse familienamen die uit patroniemen zijn ontstaan, is terug te vinden. Behalve spellingsvariatie, veroorzaakt door de ontwikkeling van spellingsnormering en de verschillende momenten van naamsvastlegging, en dialectische verscheidenheid is hier zeker ook de grote voornaamvariatie die al vanaf de vroegste middeleeuwen in administratieve bronnen kan worden aangetroffen debet aan. Voornamen werden niet alleen verkort, maar kregen (vervolgens) ook achtervoegsels. Bij de vorming van patroniemen vermeed men deze affectieve afgeleide voornaamvormen niet.

Het patroniem in zijn oorspronkelijke functie verdween bij de invoering van burgerlijke stand in de eerste helft van de 19de eeuw. De persoonsregistratie bij de burgerlijke stand wordt beperkt tot het noteren van voornamen en een familienaam, die definitief in vaststaande spellingsvorm van ouder op kind wordt doorgegeven.
Veel patroniemen zijn bij de invoering van de burgerlijke stand een familienaam geworden. Ze zijn niet allemaal even gemakkelijk herkenbaar, omdat veel voornamen die aan de basis van deze familienamen staan niet meer in gebruik zijn.
In Friesland maakte men familienamen uit patroniemen met behulp van het achtervoegsel -ma of men paste andere naamvormingsmechanismen toe: Johannes Sytses nam de familienaam Siedsma aan; Sjoerd Alberts nam de familienaam Alberda aan.

• Voornamen worden verklaard in de Nederlandse Voornamen Databank, die is gebaseerd op het Spectrum voornamenboek: www.meertens.knaw.nl/voornamen/VNB/.
• [H. Buitenhuis, ‘Patroniemen op -sen in Nederland’, in: Naamkunde 11 (1979), p 118-130].
• [P.H. Damsté, ‘Het verdwijnen van onze patronymica’, in: Maandblad Oud-Utrecht 52 (1979), p 148; vgl. ibid. 53 (1980), p 33].
• [Ebeling-1993, p 93].
• [U. Timmermann, ‘Systeme Attributiven Gebrauchs von Rufnamen in den friesischen Sprachräumen des Spätmittelalters, insbesondere in Nordfriesland’, in: Us Wurk 47 (1998), p 1-18].
• “Om het voorkomen van variante voornaamsvormen in administratieve bronnen uit de Middeleeuwen te verklaren kunnen drie verschillende hypothesen worden ontwikkeld. De eerste hypothese houdt vast aan het uitgangspunt dat de vorm van de voornaam als een affectief betekeniskenmerk moet worden beschouwd. In deze hypothese ligt de reden voor het voorkomen van variante voornaamsvormen in ambtelijke documenten bij de attitude van de scribent tegenover de personen van wie hij de naam noteert. De tweede hypothese stapt af van de idee als zou het gebruik van verkorte of afgeleide voornaamsvormen subjectief bepaald en affectief gekleurd zijn. In deze hypothese voegt het gebruik van een bepaalde naamsvariant eveneens een specifiek semantisch kenmerk aan de voornaam toe, maar dan wel een objectief kenmerk van de naamdrager, zoals zijn gestalte, leeftijd of sociale status. De derde hypothese, ten slotte, wijst elke semantische verklaring voor het voorkomen van variante voornaamsvormen in administratieve bronnen resoluut van de hand. In deze laatste hypothese berust het gebruik van deze of gene voornaamsvariant louter op toeval. Het gebruik van variante voornaamsvormen of roepnamen, niet enkel bij de communicatie in informele situaties maar ook bij de registratie in ambtelijke documenten, kan volgens deze hypothese ten hoogste practisch-functioneel worden verklaard, namelijk als middel om personen met dezelfde ‘officiele’ voornaam van elkaar te onderscheiden. […] Diminutiefvormen van Vlaamse voornamen zijn herkenbaar aan de suffixen -kin of -lin. Franstalige diminutiefvormen hebben als suffix -et, -ot of -son/-chon. Taalkundig gezien worden diminutiefvormen tot de afgeleide voornaamsvormen gerekend. […] De meest voorkomende afgeleide voornaamsvormen stricto sensu zijn augmentatiefvormen, die eindigen op het suffix -in. Andere afgeleide voornaamsvormen hebben suffixen als -art of -oen. Verkorte voornaamsvormen worden gevormd door de volle vorm met één of enkele syllaben te verkorten. Aan de verkorte vorm kan ook een -e of een -s worden toegevoegd, waarbij auslaut niet als een suffix mag worden beschouwd” [Guy Dupont, ‘Van Copkin over Coppin naar Jacob. De relatie tussen de voornaamsvorm en de leeftijd van de naamdrager in het Middelnederlands op basis van administratieve bronnen voor het graafschap Vlaanderen, einde 14de-midden 16e eeuw’, in: Naamkunde 33 (2002), nr 2, p 111-217 (112, 118)].

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *